"Mam, wat heb je toch mannenhanden gekregen in één jaar tijd,"zei haar oudste dochter. Ze keek naar haar handen en zag de donker gekleurde kloofjes en de afgebrokkelde nagelranden, waaronder nog het zwarte zand van de grond zat. "Ja, kind." antwoordde ze met langzame matte stem, "dat heb je ervan, als je met zes graden onder nul met halve handschoentjes in de spruitjeskist moet wroeten om een klant te bedienen. In het begin was het niet zo koud, toen had Geert nog wel eens een verwarmend woordje, maar de laatste tijd ging het gewoon niet meer. Dus hier ben ik weer." Ze liet zich achterover zakken in de riante luxueuze smaakvolle fauteuil, die stond in haar smaakvol ingerichte huiskamer. Ja smaak had ze wel, maar daar kon ze niks mee in Kopstukken. De smaak van aardbeien, boerenkool en rabarber was er genoeg geweest, maar dat was het dan ook. Het savoir vivre van het Zuid Limburgse had ze teveel gemist. De gourmandische plekjes op haar tong waren nooit geprikkeld op het Groningse land. Eigenlijk had ze het al die tijd wel geweten, maar ja je probeert eens wat op aanraden van de kinderen. Ze had zelfs al moeite met het uitspreken van het woord Groningen. Met haar zachte 'g' en brauw 'r' was dat verdomd lastig. Nee, Geert was het tenslotte niet geworden. Laten we zeggen, hij had geen nummer veertien op zijn overhemdje staan. Het is voorbij. Geert en Johan zijn verleden tijd. Johan is gecremeerd in Spanje zonder zijn goeie vrienden, zoals de van Praagjes en de Barendsjes, die op TV allemaal een schaduwtje mee wilden pikken van zijn grootheid en zichzelf al op de eerste rij in de aula zagen zitten. Net zoals Johan gingen ook hun verwachtingen in rook op. Maar ja, wie heeft er in de wereld van godenzoon Blatter nog schone handen. De F-16 piloten kwamen terug in ons land en werden ontvangen door onze premier Marc Rutte. "k'Heb nog zo gezegd, geen bommetje!" riep hij uit. "Nee hoor, da's een grapje." kwam er achter aan. Stel je eens voor, dacht ik, dat je zelf de bommen zou moeten afwerpen boven een stad. Heb je dan ook vieze handen? Of was je ze in onschuld, zo goed passend in deze tijd. Dan heb ik toch liever de vuile handen van Hetty.
maandag 28 maart 2016
vieze handen
column: vieze handen
"Mam, wat heb je toch mannenhanden gekregen in één jaar tijd,"zei haar oudste dochter. Ze keek naar haar handen en zag de donker gekleurde kloofjes en de afgebrokkelde nagelranden, waaronder nog het zwarte zand van de grond zat. "Ja, kind." antwoordde ze met langzame matte stem, "dat heb je ervan, als je met zes graden onder nul met halve handschoentjes in de spruitjeskist moet wroeten om een klant te bedienen. In het begin was het niet zo koud, toen had Geert nog wel eens een verwarmend woordje, maar de laatste tijd ging het gewoon niet meer. Dus hier ben ik weer." Ze liet zich achterover zakken in de riante luxueuze smaakvolle fauteuil, die stond in haar smaakvol ingerichte huiskamer. Ja smaak had ze wel, maar daar kon ze niks mee in Kopstukken. De smaak van aardbeien, boerenkool en rabarber was er genoeg geweest, maar dat was het dan ook. Het savoir vivre van het Zuid Limburgse had ze teveel gemist. De gourmandische plekjes op haar tong waren nooit geprikkeld op het Groningse land. Eigenlijk had ze het al die tijd wel geweten, maar ja je probeert eens wat op aanraden van de kinderen. Ze had zelfs al moeite met het uitspreken van het woord Groningen. Met haar zachte 'g' en brauw 'r' was dat verdomd lastig. Nee, Geert was het tenslotte niet geworden. Laten we zeggen, hij had geen nummer veertien op zijn overhemdje staan. Het is voorbij. Geert en Johan zijn verleden tijd. Johan is gecremeerd in Spanje zonder zijn goeie vrienden, zoals de van Praagjes en de Barendsjes, die op TV allemaal een schaduwtje mee wilden pikken van zijn grootheid en zichzelf al op de eerste rij in de aula zagen zitten. Net zoals Johan gingen ook hun verwachtingen in rook op. Maar ja, wie heeft er in de wereld van godenzoon Blatter nog schone handen. De F-16 piloten kwamen terug in ons land en werden ontvangen door onze premier Marc Rutte. "k'Heb nog zo gezegd, geen bommetje!" riep hij uit. "Nee hoor, da's een grapje." kwam er achter aan. Stel je eens voor, dacht ik, dat je zelf de bommen zou moeten afwerpen boven een stad. Heb je dan ook vieze handen? Of was je ze in onschuld, zo goed passend in deze tijd. Dan heb ik toch liever de vuile handen van Hetty.
"Mam, wat heb je toch mannenhanden gekregen in één jaar tijd,"zei haar oudste dochter. Ze keek naar haar handen en zag de donker gekleurde kloofjes en de afgebrokkelde nagelranden, waaronder nog het zwarte zand van de grond zat. "Ja, kind." antwoordde ze met langzame matte stem, "dat heb je ervan, als je met zes graden onder nul met halve handschoentjes in de spruitjeskist moet wroeten om een klant te bedienen. In het begin was het niet zo koud, toen had Geert nog wel eens een verwarmend woordje, maar de laatste tijd ging het gewoon niet meer. Dus hier ben ik weer." Ze liet zich achterover zakken in de riante luxueuze smaakvolle fauteuil, die stond in haar smaakvol ingerichte huiskamer. Ja smaak had ze wel, maar daar kon ze niks mee in Kopstukken. De smaak van aardbeien, boerenkool en rabarber was er genoeg geweest, maar dat was het dan ook. Het savoir vivre van het Zuid Limburgse had ze teveel gemist. De gourmandische plekjes op haar tong waren nooit geprikkeld op het Groningse land. Eigenlijk had ze het al die tijd wel geweten, maar ja je probeert eens wat op aanraden van de kinderen. Ze had zelfs al moeite met het uitspreken van het woord Groningen. Met haar zachte 'g' en brauw 'r' was dat verdomd lastig. Nee, Geert was het tenslotte niet geworden. Laten we zeggen, hij had geen nummer veertien op zijn overhemdje staan. Het is voorbij. Geert en Johan zijn verleden tijd. Johan is gecremeerd in Spanje zonder zijn goeie vrienden, zoals de van Praagjes en de Barendsjes, die op TV allemaal een schaduwtje mee wilden pikken van zijn grootheid en zichzelf al op de eerste rij in de aula zagen zitten. Net zoals Johan gingen ook hun verwachtingen in rook op. Maar ja, wie heeft er in de wereld van godenzoon Blatter nog schone handen. De F-16 piloten kwamen terug in ons land en werden ontvangen door onze premier Marc Rutte. "k'Heb nog zo gezegd, geen bommetje!" riep hij uit. "Nee hoor, da's een grapje." kwam er achter aan. Stel je eens voor, dacht ik, dat je zelf de bommen zou moeten afwerpen boven een stad. Heb je dan ook vieze handen? Of was je ze in onschuld, zo goed passend in deze tijd. Dan heb ik toch liever de vuile handen van Hetty.
woensdag 27 januari 2016
Voor Het Kind
Met de nadruk op 'Het'.
Ze droeg een warme grijze wintermantel
met een echt zilvervosje als kraag, toen ze aangesproken werd door een man van
middelbare leeftijd.
Het gebeurde op de Albert Cuyp in
Amsterdam, de grote verzamelplaats van armen en rijken, van blanken en zwarten.
Soms denk ik wel eens, zo hoort de wereld vermengd te zijn. Zoals hier op de
Albert Cuyp en niet zo verminkt als de werkelijkheid.
"Mag ik U effe wat vraoge,
daome?" Zijn brillenglazen waren dik en werden omrand door een zwart en
zwaar montuur.
Hij had zwart sluik haar, dat door de
koude regen vastplakte op zijn hoofd.
Koud was het zeker met slechts enlele
graden boven nul en regen, die twijgelde tussen natte sneeuw en water.
De stad had haar uiterste best gedaan
zich te tooien in het feestkleed van december, maar nu de flarden regen de
straten afsnuffelde, bleef er van het feetselijke weinig over.
"Kijk, daome," zei
hij." ik doen mee met een aktie. De aktie 'voor Het kind, met de nadruk op
Het. Zegt U dat wat?"
Er kwam een grijsblond kort gekapt
bejaard hoofdje uit de zilvervos te voorschijn. "Daar heb ik geloof ik wel
een svan gehoord, ja," sprak het dametje met een allerliefst bescheiden
stemmetje, " heeft dat niet iets te maken met....."
"Juist ja," onderbrak hij
haar," met kinderen. Maar niet alleen met kinderen van deze planeet, het
heeft ook te maken met Het kind, met de nadruk op Het, evenzeer alsmede ook
eveneens met alle kinderen van deze aarde. t Is tenslotte december. Kijk-es
hier daome, voor deze aktie "voor
het kind' met de nadruk op Het, verkoop ik u deze kerstkaarten, voor het
goede doel."
Hij pauzeerde even en keek haar met
zijn brilvergrote zwarte ogen doordringend aan. "En voor een lage
prijs," voegde hij er nog aan toe.
"Maar," wierp het dametje
tegen," gaat die aktie dan niet over postzegels of zo?"
"Ook daome, ook. Kijk-es
daome," en hij diepte een paar velletjes kinderzegels uit een verfomfaaide
bruine aktetas.
"Alle postzegels benne een
kwartje duurder as op et postkantoor. Dat komt zo. De PTT zorgt zogezeid voor
alle aardse kinderen en dat kwartje d'r bovenop is voor Het kind, met de nadruk
op Het, waar evenzeer ook mede de kerstkaarten voor bestemd zijn."
"Gut, ja, ik weet het zo
niet," zei ze aarzelend en probeerde de man onderzoekend aan te kijken,
maar toen hij zijn grote glasogen in de hare prikten, richtte ze snel haar blik
op de langs de kramen trekkende mensen.
"Had ik U al gezegd, dat ze
goedkoop benne? En kerstkaarten heb U toch nodig, nietwaar?"
Het dametje sputterde: Je hoort zo
vaak, dat je bedrogen wordt bij zulk soort akties, he."
"Heb U zelf kinderen?" sneed
zijn scherpe stem dwars door haar heen. Ze schrok van de aggressieve ondertoon
in die stem, en aarzelde.
"Nou, nou heb U ze zelf??"
klonk het nogmaals, toen ze niet snel genoeg antwoordde.
"Gut ja....ik heb vijf kinderen
en veertien kleinkinderen, maar wat hee...."
"Dan zou U niet zo mgen praten,
daome," klonk het bestraffend," dan zou U zulke dingen niet zo mogen
zeggen, weet u dat. Zelf lekker gezonde en rijke kindertjes hebben en die arme
en zieke kindertjes zomaar gewoon laten barsten. Dat is asociaal, daome, heel
asociaal!! En dan heb ik het nog niet eens over het kind, met de nadruk op Het.
Die mag je toch helemaal nooit of te nimmer laten barsten, zeker?"
Het gekapte kopje, dat zoeven nog zo
fier boven het bont had uitgekeken, was weer angstig naar beneden gedoken,
alsof de grijze wintermantel bescherming kon bieden.
:Nou, goed dan," zei ze om van
hem af te zijn, " geeft U mij dan maar een kaart en een postzegel."
"Nee, daome, dat gaat niet. Daar
hebben de kindertjes niks an." zei de man, " ze zitten in zakkies van
vijf stuks. De kaarten benne 7,50 pr zakkie en de postzegels 6,50 per velletje
van zes stuks."
Hij gad ze al zijn tas gediept en
duwde ze de oude vrouw in de handen.
"Dat is dan precies vijftien
gulden," taterde hij verder.
Ze viste een briefje van tien een een
muntstuk van vijf uit haar beursje en wilde dat de man overhandigen. Ineens
trok ze haar hand met het geld terug. "Ho, wacht U eens even, dat is
veertien gulden en geen vijftien."
"Dat weet ik, daome, dat weet ik,
maar de meeste mensen geven graag een piekie extra voor het goeie doel."
Teglijkertijd gristen zijn vinger haar
het geld uit de handen.
"Fijn daome, dank U wel, alsook
mede namens de kinderen en Het
kind."
Hij maakte al aanstalten zich uit de
voeten te maken, toen de oude dame hem vroeg:"Mag ik U eens wat
vragen?"
"Jazeker, daome, maar m'n tijd is
beperkt. De kindertjes, begrijpt U wel."
"Hebt U zelf kinderen?"
vroeg ze.
De man aarzelde toen ze hem
belangstellend aankeek.
"Ja," zei hij
achterdochtig," ja ik heb drie kindertjes, hoezoo?"
"O, gelukkig," sprak de oude
mevrouw," dat is een hele geruststelling."
"Hoezo, doame, een
geruststelling?" De man was op zijn hoede.
"Nou kijk," hernam de
dame," als U een bedrieger bent, dan komt er in elk geval toch nog iets
van mijn geld bij de kinderen terecht. Uw eigen kinderen, begrijpt U wel? Want
die zullen het dan wel niet zo makkelijk hebben ....met zo'n vader.
Goedenmiddag."
En weg liep ze, om zich nog even om te
draaien, naar de verbijsterde man, die waarschijnlijk voor het eerst met een
mond vol tanden stond.
"Vrolijk kerstfeest voor U en Uw
kinderen," wuifde ze hem toe.
"Krijg nou wat..." gromde de
man binnensmonds, maar zijn ogen speurden alweer het trottoir af naar een
volgend slachtoffer.
Plaatsgebrek
Camping 15
Plaatsgebrek
Redelijk
vroeg in het seizoen, het zal in de mei-vakantie geweest zijn, hadden we een
mooi plaatsje gevonden op een camping in Diever in Drenthe.
Op het
veldje, waar we ons hadden genesteld, was plaats voor zo'n vijftien caravans.
Toen wij er
op zaterdagmorgen arriveerden stonden er slechts zes. Het terreintje zag er dus
nog ruim en open uit.
De plaats
deed ons riant aan en we genoten in de voortent van een heerlijk kopje
caffeinevrije koffie.
De kinderen
kwamen terug van hun verkenningstocht en deden ons luidkeels verslag van hun
bevindingen.
Vlakbij was
een groot zwemmeer met een eiland in het midden, waar je met een vlot naar toe
kon.
Er zat een
touw aan dat vlot en als je daaraan trok, ging-die vooruit.
Op dat
eiland, en dat vonden ze het mooiste, stond een levensgroot piratenschip, waar
je in en op kon klimmen,en met een echt kraaiennest.
We
kuisterden met een tevreden glimlach om de mond, omdat deze verhalen ons het
vooruitzicht boden, dat de kinderen veelvuldig en langdurig op dat eiland
zouden vertoeven, waardoor wij onze rust zouden krijgen.
Want zo zit
het toch? Als de kinderen zich amuseren, hebben de ouders rust.
Het moet
niet zo zijn, dat de eerste helft van je leven wordt verknoeid door je ouders
en de tweede helft door je kinderen.
Andersom is
dat niet zo, want als de ouders zich amuseren, willen de kinderen er altijd
bijzijn.
Allengs werd
het drukker op ons veldje.
Er koerste
een grote oude auto, maar vooral een vieze auto recht op onze voortent af.
Heel
langzaam en rondspeurend naar een goede plek.
Ze hadden
kennelijk het oog laten vallen op een van de plaatsen ter linker- of ter
rechterzijde van ons.
De caravan,
die er achter schommelde paste uitstekend bij die grote, oude en vieze auto.
Waarschijnlijk
had grootvader in zijn verlovingstijd er nog in gekampeerd.
Ook deze
caravan had een dermate groot formaat, dat de Youth for Christ er ruimschoots
een jongerenlanddag in had kunnen organiseren.
Mijn vrouw
en ik keken elkaar bezorgd aan.
"Zijn
dat leuke mensen?" vroeg ik.
"Misschien
wel." antwoordde zij nuchter en hoopvol.
Een vrouw
van ongeveer 30 jaar sprong uit de auto en liep, zonder ons te bekijken naar de
lege plek rechts van ons.
Ze droeg een
zeer uitbundig en buitengewoon geblondeerd kapsel.
Haar
felgroene te korte truitje liet een extreem laaguitgesneden halslijn zien.
Daaronder
een ultrakort, eveneens felgroen minirokje, dat haar overigens fraaie
beenpartij de vrije loop liet.
Ze ging met
haar achterste tegen de zijkant van onze caravan staan.
Toen nam ze
grote stappen voorwaarts, waarbij de de passen hardop telde.
Bij de
tiende stap stopte ze en riep:"Ja, Jos, het ken net!"
Jos zat nog
achter het stuur van zijn slagschip. Een blote getatoueerde arm hing uit het
raampje.
Langzaam
stapte hij uit en wij namen een 400-ponder waar, gestoken in een mouwloos hemd,
blauwgestreept, dat lange tijd een
wasmiddel had ontbeerd.
Een grote
roodbruine mexicaanse hangsnor overkapte een shaggie.
"Een
draak," zei ik.
"Wat
een onzin," zei mijn vrouw," je kent haar niet eens."
"Nee,"
verbeterde ik haar," op zijn bovenarm staat een draak."
De eveneens
slonsig afzakkende spijkerbroek liet de bilnaad van deze kolos zien.
"Een
bouwvakkersdecolletee," mompelde ik.
Mijn vrouw
schoot in de lach en waarschuwde:"Je houdt je in hoor."
"Die
auto daar mot nog effe weg!" riep hij tegen zijn vrouw.
Gelukkig was
'die auto daar' niet van ons, maar van een ouder echtpaar aan de andere kant
van de lege plek.
Het oude
meneertje tenger van postuur en versierd met een klein wit aggressief
snorretje, dat recht vooruit leek te steken, was echter niet van plan zijn auto
weg te halen.
Zijn auto
mocht naast zijn caravan staan, dus daar bleef hij ook.
"Hij
doet het niet, Jos!" riep de groene blote blonde rups.
"Wacht
maar effe..!" riep Jos terug.
"He
kleine," riep Jos naar het keurige meneertje," Haal jij die wagen
weg, of mot ik het effe
voor je
doen!"
Het
meneertje draaide zich naar de ingang van de voortent en bukte zich.
Jos was naar
hem toegelopen en door het voorraam zag ik de oude mevrouw met een hand voor
haar mond staan.
"Nee,
JanWillem, niet doen!" riep ze zo luid, dat wij het in onze voortent
konden verstaan.
Ze duwde
haar man opzij en ging met haar tengere figuurtje voor de imposante Jos staan.
"Meneer,"
sprak zij gedecideerd," U moet oppassen voor mijn man, want hij haalt
Hector erbij, hoor. En dat is een zeer gevaarlijke Dobermann."
Jos aarzelde
en zei:" Ik ben toevallig helemaal niet bang voor honden."
"Wacht
maar Louise, ik kom eraan." hoorden we de felle hoge stem van het
meneertje roepen.
Jos bedacht
zich geen ogenblik en riep: "Tiny, ophouwen met dat gezeik, we laten de
wagen wel op de parkeerplaats staan!" en draaide zich om.
Louise
draaide zich eveneens om, verdween in haar voortent en posteerde zich weer voor
het raam.
Jos en Tiny
beraadslaagden wat te doen, waarbij af en toe boos in de richting van de
caravan werd gekeken.
Ook keken ze
af en toe in onze richting, waarbij we toch de kriebel op de billen kregen.
Intussen was
aan de andere zijde van onze caravan een campertje komen staan.
In de
consternatie hadden we daar geen erg in gehad, maar ineens stond hij daar
keurig geparkeerd.
Jos en Tiny
kwamen in onze richting en stonden enige passen later voor onze ingang.
De bolle kop
met snor en shaggie werd naar binnen gestoken.
Met holle
ogen keken we hem aan en verwachtten de ergste dingen, want wij hadden geen
hond meegenomen.
"He
meester," sprak Jos," die gozer daar wil niet opzij. Ken jij met je
spul niet een stukkie opschuiven?"
Wat was ik
de nieuwgekomen camper dankbaar.
" Dat
zal niet gaan" zei ik, "kijk maar, er staan een camper naast."
Ja nu zagen
zij de camper ook en zij zagen ook de onmogelijkheid in om een stukkie
op te
schuiven.
"Hij is
wel groot, he," vroeg ik kwasi belangstellend.
"
Ja," zei Tiny glunderend," hij is een meter achtennegentig."
"Nou,"
zei ik, " ik bedoelde eigenlijk meer de caravan."
"Ach,
ja man," norste Jos, " dat klereding. Twee lekke banden heb-ie gehad
onderweg.
En dan de
hele dag dat gezeik van haar aan je kop. 't Heb me acht uur gekost om hier te
komen en dan krijg je nog een Dobermann achter je aan. Dus ik ben het wel effe
zat voor vandaag."
"Aan de
andere kant van de camping," wist
ik, "staan de stacaravans. Die hebben ruimere plaatsen. Waarom probeert
daar niet een plaatsje te krijgen?"
Uit zijn
kontzak pulkte hij een telefoontje en wij gaven hem desgevraagd het nummer van
de receptie.
Een opluchting
voor ons hele veldje was het toen bleek, dat hij daar nog kon staan.
"Komop
Tiny, opschieten!" zei Jos, " he meester je komt maar een pilsie
halen bij me."
Het convooi
van slagschip met woonhuis zeilde ons veldje af op weg naar een betere
bestemming.
"Mag ik
me even voorstellen," klonk een geknepen hoge mannenstem in de voortent.
Het keurige
meneertje maakte zijn entree en sprak:" Mijn naam ik van Diepen,
hoogleraar filosofie te Nijmegen. Ik hoop niet dat U door mijn toedoen een
aanvaring hebt gehad met dat bolvormige segment, dat zojuist, naar het schijnt,
is vertrokken."
Mijn vrouw
schonk hem een kopje thee in, wat hij verrast aanvaardde.
"Vraag
Uw vrouw ook even." zei ze.
"Louise
!!" snerpte professor van Diepen, "kom je theedrinken hier en neem
Hector ook maar mee."
"Is hij
erg vals?" vroeg ik met nieuwe ongerustheid,
"Welnee,
beste kerel," zei van Diepen, "en het is ook geen Dobermann.
Louise kwam
binnen met een brede glimlach op de mond en in haar armen een onooglijke
Yorkshire-terrier met een strikje op de kop.
"Ik ben
Louise en dit is Hector," zei ze, " hij slaapt in het
broodmandje."
vrijdag 1 januari 2016
Opgetild door het licht
Opgetild
door het Licht (c) istvan koning
(een ringverhaal)
(een ringverhaal)
“Er hing een druppel water aan het puntje van een berkenblad en hij zag de
vochtige grond onder zich. Het had
geregend, dus dat was niet zo verwonderlijk.
De druppel werd dikker en zwaarder door toevloed van het regenwater vanaf het blad. Net zo lang tot hij te zwaar werd en tenslotte met een splash op de aarde kletste. Als snel was de druppel de aarde ingetrokken, reisde door die aarde heen en kwam tenslotte in het grondwater terecht, dat hem meevoerde langs duistere en onbekende wegen, waarin hij niet kon herkennen waarheen zijn weg zou gaan.
De druppel werd dikker en zwaarder door toevloed van het regenwater vanaf het blad. Net zo lang tot hij te zwaar werd en tenslotte met een splash op de aarde kletste. Als snel was de druppel de aarde ingetrokken, reisde door die aarde heen en kwam tenslotte in het grondwater terecht, dat hem meevoerde langs duistere en onbekende wegen, waarin hij niet kon herkennen waarheen zijn weg zou gaan.
Na lange
tijd verscheen er weer wat licht in zijn wereld en het grondwater mondde uit in
een beekje en spuwde onze druppel in de stroomversnelling van het jagende
water. De druppel werd duizelig van genot in het tollende beekje en zigzagde om
rotsblokken heen in juichende stemming. De zon scheen en de beek was koel.
Alsof het één groot pretpark was, zo beleefde de druppel zijn reis. Tenslotte
belandde hij in een grote en veel trager stromende rivier. Heerlijk om uit te
rusten na de inspannende duikeltocht bergafwaarts. In zo'n dikke en brede
rivier wordt je gedragen door miljarden andere druppels, die je meevoeren naar
onbekende verten en in vol vertrouwen, want de rivier zal toch wel weten
waarheen zij stroomt. En dat wist de rivier ook, want zij kende maar een
stroomrichting en dat is naar lagere landen om uiteindelijk uit te monden in de
zee. De eindeloze zee. Zoveel druppels heb je nog nooit bij elkaar gezien.
Duikelend naar beneden en proestend weer omhoog, meesurfend met de golven en
verder water, niets dan mededruppels, die allen de eeuwig zelfde reis
maakten.Totdat de druppel zich plotseling opgetild voelde en zich bevond in een
emmer aan een touw, die een schepeling naar beneden had laten zakken. Het dek moest
geschrobd, en water was makkelijk voorhanden. Een puts water over het dek
uitgooien, en dan schrobben maar.
Onze
druppel voelde het warme door de zon beschenen dek onder zich en merkte hoe hij
uitgespreid werd over een vrij grote oppervlakte.
Een nieuw
en vreemd gevoel maakte zich van het meester. Hij voelde zich duizelig worden
en licht in het hoofd. Sterker nog, hij voelde hoe hij zich langzaam losmaakte
van het dek, als een ziel die uit een stervend lichaam treedt. Langzaam verhief
hij zich van het schip en steeg hoger en hoger voortgedreven door het licht en
de warmte van de zon. Een fantastische sensatie maakte zich van hem meester.
Dit was ongelooflijk om te zien, die kleine wereld beneden. Op deze afstand
leken ook de problemen klein en dogma's niet meer belangrijk. Hij voelde zich
meer bevrijd dan ooit tevoren.
Maar lang
duurt gelukzaligheid niet, want al gauw begon hij het koud te krijgen. Als
reactie daarop trok hij zich wat meer samen, kroop wat meer in elkaar, maar de
temperatuur bleef zakken, net zo lang dat hij weer zijn oude vorm terug had
gekregen, een druppel.
Hij
voelde zich te zwaar worden om zomaar in de lucht te kunnen zweven en begon
hoogte te verliezen. In de verte zag hij bergen liggen, waarop hij afstormde
met steeds grotere snelheid. Het bos kwam met rappe schreden op hem af en met
een doffe plats kletterde hij op het blad van een berkenboom.
Langzaan
probeerde hij zich te hervinden, terwijl hij naar de uiterste rand van het blad
kroop.Tenslotte bungelde hij aan het puntje van het berkenblad en zag de vochtige grond onder zich. Het had geregend, dus het was niet zo verwonderlijk...........
zaterdag 12 december 2015
zinnig
Een nieuw woord met grote potentie heeft in onze taal zijn intrede gedaan. Een woord dat een grote toekomst tegemoet gaat en waar iedereen eens mee te maken zal krijgen. Elk jaar worden er nieuwe woorden toegevoegd die dikwijls bedacht zijn door politici die iets te verbergen hebben of door wetenschappers die iets nieuws hebben gevonden. Maar de laatste jaren zie je dat de 'grote' zakenjongens, zoals bankiers en verzekeraars, maar ook vastgoedmagnaten en grootcriminelen (ook een nieuw woord trouwens) woorden bedenken om de mensen af te leiden. Dikwijls met een eufemistische tintje eraan, dus het is erger dan het lijkt. Onlangs werd een oud-minister, die nu zorgverzekeraar is en daarmee ruimschoots de Balkenende-norm vervijfvoudigd, geïnterviewd en hij gebruikte het nieuwe woord en dat luidde:....ZORGZINNIG.
De betekenis laat zich raden. Immers er zijn onlangs nieuwe ontwikkelingen op de medische markt mogelijk gebleken om bijvoorbeeld longkanker te genezen of hartoperatie te perfectioneren. Echter de heren verzekeraars vinden het goedje voor de kankerpatiënten te duur en de robot die de hartoperatie veiliger en sneller kan uitvoeren dan een levende specialist, te kostbaar, Zeker voor de oudere mens, die toch al niet meer zo lang te leven heeft is dat veel te begrotelijk. Dat betekent in gewone taal, dat bejaarden het gewoon niet meer waard zijn. Zolang je geld oplevert wordt er in je geïnvesteerd. Daarna niet meer. Gek hè, dat vrouwenhandel niet mag en bejaardenhandel gewoon wordt voorgeschreven. Maar ja, wat wil je als je een premier hebt die woorden als 'klootzak' moet gebruiken om zijn eigen leugenachtige zwakheid te verbergen. En grote boeven en 'partijgenoten' allen financieel van de 'partij genoten' hebben.
Het eerste zinnige woord dat nu in me opkomt is..... ONZINNIG.... .ZWAKZINNIG..... zou ook nog kunnen.... Misschien is dit stukje niet echt schrijfzinnig, maar ja een mens wil wel eens een ei leggen. ...............scherpzinnig......stompzinnig....... er zijn er vast nog veel meer te bedenken.
De betekenis laat zich raden. Immers er zijn onlangs nieuwe ontwikkelingen op de medische markt mogelijk gebleken om bijvoorbeeld longkanker te genezen of hartoperatie te perfectioneren. Echter de heren verzekeraars vinden het goedje voor de kankerpatiënten te duur en de robot die de hartoperatie veiliger en sneller kan uitvoeren dan een levende specialist, te kostbaar, Zeker voor de oudere mens, die toch al niet meer zo lang te leven heeft is dat veel te begrotelijk. Dat betekent in gewone taal, dat bejaarden het gewoon niet meer waard zijn. Zolang je geld oplevert wordt er in je geïnvesteerd. Daarna niet meer. Gek hè, dat vrouwenhandel niet mag en bejaardenhandel gewoon wordt voorgeschreven. Maar ja, wat wil je als je een premier hebt die woorden als 'klootzak' moet gebruiken om zijn eigen leugenachtige zwakheid te verbergen. En grote boeven en 'partijgenoten' allen financieel van de 'partij genoten' hebben.
Het eerste zinnige woord dat nu in me opkomt is..... ONZINNIG.... .ZWAKZINNIG..... zou ook nog kunnen.... Misschien is dit stukje niet echt schrijfzinnig, maar ja een mens wil wel eens een ei leggen. ...............scherpzinnig......stompzinnig....... er zijn er vast nog veel meer te bedenken.
donderdag 10 december 2015
het kindeke Jan
het
kindeke Jan
Een
verschrompeld tandeloos rimpelgezichtje in Roemenië, zittend voor een
scheefgezakt krot, waarin een schurftige hond de laatste kruimels vaan de grond probeert te schrapen. Ze leeft op straat dit oude
mensje, want in het eenkamerige krot liggen twee vervuilde dikke dekens op de
grond en daar slapen haar drie kleinkinderen. Vader en moeder van de kleintjes
zijn achter de wodka aan gegaan en nooit meer teruggekeerd op het nest. De oude
verrimpelde oma, ze is 82 jaar, slaapt voor de buitendeur, met de hond dicht
tegen zich aan getrokken om de warmte van elkaars lijf te benutten.
Uitzichtloze ogen en een verfrommelde mond die liever zwijgt. Een en al
hulpeloosheid, dit tafereeltje.
Maar
dan.......rrrrrrrrrrrrrrrrrrrataratarata...... daar verschijnt Jan Slagter, zeg
maar het kindeke Jezus van omroep Max. Voorgoed zijn alle zorgen voorbij, alle
ellende achter de rug, alle leed vergeten. MAX maakt Mogelijk zamelde geld in
voor een nieuw huisje met ramen en een kachel. Bovendien kregen ze allemaal een
stel nieuwe C&Aatjes. Toen nam Jezus,...nee Jan, het woord en
schreeuwde:”It is much better now, hè?!?!” Ja hij schreeuwde echt, want sommige
mensen denken dat mensen die jouw taal niet spreken ook doof zijn.
“Are
you happy now?” toeterde hij verder, “It was nog so good vroeger with you, hé?”
Het
vrouwtje zei niets maar probeerde met de hand voor haar mond haar laatste tand
te verbergen, als ze lachte. Wijzend naar de kinderen zei hij: “Father en
Moeder still drinking wodka zeker? Are you happy with MAX. We gave this all to
you. Can you say ‘thank you’ in the camera? No, ...well than you can wave with
your hand to all the rich old people in Holland.”
Het
verfrommelde besje begreep zijn geroep niet snel genoeg en ook de tolk kon het
gebrul niet bij houden. Dus pakte Jan de arm van het vrouwtje en begon er mee
te zwaaien alsof de Statendam weer naar Indië vertrok. En nou zwaaien kreng,
zal hij gedacht hebben, anders gaat mijn uitzending naar de knoppen. Het
vrouwtje gaf een schreeuw en wreef over haar pijnlijke schouder.
“Can
you repeat after me and say ‘thank you Max?” hernam Jan. “Nee, ook niet, well
than I say it for you..... Nou u hoort het beste kijkers, deze vrouw is
zielsgelukkig met de prachtige dingen die ze van Max heeft gekregen. Eindelijk
kunnen ook de kleinkinderen zich weer fatsoenlijk op school vertonen. Ze
bedankt hartstochtelijk ‘MAX maakt Mogelijk’. Dat was het dan al weer hier
vanuit Roemenië. Tot de volgende keer, dames en heren, dan komen we vanuit
Hongarije. .....You try nog once een keer... come on....Thank you
Max...nee...wil het niet....nou laat dan maar zitten...’t is goede bedoeld
zullen we maar zeggen...”
Een
uurtje later zie ik de koffertjes van Linda de Mol en staat er iemand te
popelen om een flinke slok geld binnen te halen. Nik mis mee, overigens. Maar
als je mij vraagt of ik op het kerstkindje zit te wachten....nou nee.. geef mij
maar Jan Slagter. En daarin sta ik niet alleen, want de Vrijmetselaren vieren
op Eerste Kerstdag hun Sint Jan. Zo dan weet u nu waar dat vandaan komt. Van
Max maakt Mogelijk dus.
zondag 22 november 2015
that's life
"Ik ga naar jou
jij komt bij mij
we vrijen wat
ik zoek voedsel
terwijl jij een paar
kinderen legt
die diepe lijnen
tekenen op onze gezichten
dan zoeken we een stil
plekje
terwijl we gaan liggen
dicht tegen elkaar aan
trekken we het gras
over ons heen."
Abonneren op:
Posts (Atom)