Column 143
“Jôh, ga schrijven”
Liever
had ik het er niet over gehad, maar ja soms wordt de kriebel zo groot, dat je
het toch niet kunt binnen houden. De Olympische Spelen, bedoel ik. Bij de
openingsceremonie zag ik dat Irak slechts vijf deelnemers had. “Maar,”
verzekerden ze mij, “dat is bij de Paralympics wel anders.”
Werden
wij weken van tevoren getrakteerd op gulzige uitspraken door het uitzinnige
sportjournaille, stapels gouden plakken zouden voor ons klaar liggen, de gehele
zilvervloot en brons genoeg om een reusachtig borstbeeld te maken van Camille
Crupule, ons onvolprezen IOC-lid. Naarmate de resultaten tegenvielen namen de
belangstellingen af. Het gebruikelijke van ‘onze jongens en meisjes’ naar ‘zij’,
die deelnemers, in de volksmond meestal ‘hunnie’ genoemd, zagen we ook hier
weer. Akkoord het oog is groter dan de maag en hebzuchtig hamsteren heette
vroeger de VOC-mentaliteit. Wat mij echter nog het meeste stoort aan deze
Spelen, nee niet de zuchtige Yuri of de zielige beachvolleyballspelers die door
eigen maatjes naar huis werden gestuurd, nee...wat mij het meeste stoort zijn
die oeverloze gesprekken tussen de atletische beelden in. Sjongejonge, wat
kunnen die ouwehoeren, zeg. Terwijl op andere tv-netten prachtige beelden van
wedstrijden van allerlei aard te zien zijn, zit Nederland oranje te neuzelen en
te treuzelen. Maar goed, elk live-beeldje zal wel een hoop geld kosten en dat
hebben ze waarschijnijk niet bij de NPO, of ze hebben het er niet voor over.
Hier zou ik, met tegenzin weliswaar, nog wel mee kunnen leven, maar dan
tenslotte, als je op de vroege morgen, nog in bed luisterend naar radio één,
een verslaggever ter plaatse zijn verslag hoort doen, dan slaan de blauwe plekken
toch wel spontaan op zijn sportminnende ziel. Erben Wennemars, die jongen die
zo leuk kon schaatsen, weet u nog? Met zijn spraakafwijking zou je normaal
gespro gespro gesproken geen verslag-verslag-verslaggever kunnen worden-worden-worden.
Ja , ik weet het is sneu voor die vreselijk aardige jongen, maar mijn oren zijn
me minstens zo dierbaar als zijn streven naar een journalistieke loopbaan. Ik
bedoel, op die manier gaan de Spelen wel erg lang duren-duren-duren. Nou wil ik
niet de spot drijven met iemands tekortkoming, want juist afwijkingen geven de
meeste kleur aan het leven, maar de NPO vindt het nodig om zijn verhaal elk
half uur te herhalen. In die vroege morgenuurtjes heb ik dan zo’n vijf keer
hetzelfde brokkelige verhaal gehoord. Ik krijg het daar benauwd van. Telkens,
als hij klaar is met zijn verhaal, moet ik een glas water drinken, zo erg is
het. Inhoudelijk zijn die verhalen prima, vanuit leuke invalshoeken bedacht,
maar het gaat verloren doordat de aandacht steeds weer wordt getrokken naar de
uiteen vallende zinnen. Daarom mijn advies aan Erben: “Joh, ga schrijven,” en
ik beloof je boeken te kopen, want wat je dan zegt is erg goed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten